INTERVIEW 2
Project 3
OZ: Je zei net, we gaan het project [] doen, en dat dat niet jouw project is, dus het kan zijn dat je sommige inhoudelijke dingen niet weet. Nou dan ga ik wel naar je collega toe, maar dan beginnen we gewoon even daarmee. Ja en mijn eerste vraag is dan: op welke sociale aspecten was het project gericht? Dus dingen die te maken hebben met informele interactie, het groepsgevoel, onderlinge verbondenheid. Kan je daar iets over zeggen? 
D2: Jazeker, ja. Wat ik begrijp, het is natuurlijk, [P3] was een nieuwbouwproject, dus dat was een gloednieuw kantoor en dan toch wel was vanuit de directie een andere manier van werken gewenst. En wat ik begrijp van mijn collega wat bijzonder is aan [P3] is dat je niet op de werkvloer verspreid zit als een afdeling, maar als een tendergroep. Dus [P3] die doet eigenlijk constant aanbestedingen, tenders, wat een werk in teamverband vereist. En eigenlijk is het kantoor dusdanig ingericht dat je dus met tenderteams op de vloer zit. En op het moment dat jij niet meer aan de tender werkt, is dat ook niet meer jouw werkplek. 
En die tenderteams die die zitten dus allemaal rondom een centraal hart en in dat centrale hart dat is dus hetgeen waarbij je elkaar ontmoet, en dat is dus de koffieautomaat, en. Maar dat is ook de ader die naar beneden loopt in het pand, dus het restaurant is in die zin ook een werkplek, waarbij het dus niet tender-gebonden is, maar waar iedern samenkomt dus. Er zit een hele duidelijke verticale as in het pand. En die verticale as, dat is dus de spil van de interactie.
OZ: Ja. Hoe groot is zo'n tender ongeveer, waar moet ik dan aan denken?
D2: Wat ik begreep, is 8 tot 10 mensen.
OZ: Ok. En weet je ook hoe lang ze dan in zo'n groep zitten?
D2: Nee, niet exact. Maar dat zou ik wel voor je 
OZ: is het weken of maanden of dagen
D2: Ik denk wel weken, ja.
OZ: Ok.
D2: Ja.
OZ: Ja dus zon centraal hart is dan de ontmoetingsplek. Wat voor functie zagen jullie in die ontmoetingsplek, wat moest dat doen voor de mensen? 
D2: Eh  nou ja, wat we wel fijn vinden vaak is om met een soort nudges te werken, dus inderdaad van het moet niet zo zijn dat je zegt van: dit is een plek, hier ga je ontmoeten. Dus het is niet zoals op een NS station van je hebt een paal en dat is de plek waar we ontmoeten, want dat werkt niet op kantoor. Dus het moet wel een functie hebben. Dus het is haast een soort functie-gerelateerd ontmoeten, maar toch spontaan. 
En wat wij altijd, en dat is bij [P3] maar ook bij andere projecten, een hele goede motivator is natuurlijk hele goede koffie. Maar ook een printer. Dat is ook een motivator om eens iemand tegen het lijf te lopen die je anders niet tegen het lijf loopt. Op de trap kun je mensen ontmoeten. En bij [P3] is dat een hele mooie grote trap waar je ook iemand tegenkomt die van boven naar beneden loopt en even gewoon langs de leuning een informeel gesprekje mee kan voeren.  En lunchen.
OZ: Houden jullie dan bij het ontwerp van die trap daar ook speciaal rekening mee?
D2: In dit geval was de trap, zat in het ontwerp van de bouwkundig architect, dus dat is [naam architectenbureau] geweest. Maar de trap is wel dusdanig vormgegeven en breed en dat, het is geen functionele vlucht trap, het is wel echt iets groters. Ja, het is gewoon een object waar je waar je makkelijk met twee man kan staan en dan kan ook nog iemand langs lopen. Dus daar is wel over nagedacht.
OZ: En over dat hart noemde je net een aantal functies, faciliteiten die het biedt. Hebben jullie ook in de vormgeving dingen gedaan om die ontmoetingsfunctie te bevorderen?
D2: Eh, nou in de vormgeving is het pand eigenlijk open, maar zitten er een aantal kernen in en die kernen omsluiten dat hart. Dus het hart ligt open, maar toch ook geborgen, om het zo maar even, ja, te benoemen. 
OZ: Wat maakt het ook geborgen? Heb je daar een voorbeeld van?
D2: Doordat het omsloten zit met afgesloten ruimtes. Dus het kantoor is open, en er zitten kernen in en die kernen hebben dus ook weer een kern. En in die kern zit dus het hart. 
OZ: Ok.
D2: Maar het hart is wel open, dus het is gewoon toegankelijk, er zijn geen deuren naartoe.  Maar het is wel omsloten door muren zonder afgesloten te zijn, weet je wel. Ja, ik weet niet hoe ik dat goed moet uitleggen.
OZ: Ja, nee, ik snap wat je bedoelt.
D2: En als je dus vanuit de begane grond naar boven gaat, is, kom je dus ook in het midden van de ruimte uit. Dus je komt in de kern, in de ontmoetingsplaats.
OZ: Ja. En verder, qua vormgeving van die van het hart, van de harten?
D2: Eh, nou, daar zijn dus pantrys geplaatst. Vrijstaande pantrys, dus het is niet een keuken zoals je die misschien in wat kantines tegenkomt, bij wat traditionele organisaties zeg maar. Het is haast een soort, ja, aanland-eiland, dus er zitten barkrukken aan.  Daarmee geef je het dus ook weer een andere functie. Als jij een telefoongesprek hebt en je wil even weglopen, dan kan je ook daar aan die barkruk even hangen.  Ehm
OZ: Is er een specifieke reden waarom jullie voor die barkrukken hebben gekozen?
D2: Ja, omdat ze, we het wel vaak een mooi gebaar vinden als je je keuken of je werkblad van je van je koffie op 95 cm hebt en je verlengt dat, heb je een hele prettige hoogte om even aan te hangen of En daar kan je dan aan staan, dat is een prettige hoogte, maar je kan er ook nog een krukje aanzetten en dan kan je daar gewoon zitten. En, zonder dat je het gevoel hebt, bij je echt een bartafel, dat je ergens op een kruk moet klmmen om plaats te nemen, merken we wel dat dat een hoogte is wat heel prettig is om eventjes aan te hangen of even met je collega kopje koffie te drinken, bij te kletsen, wat neer te leggen, een krantje te lezen.
OZ: Dus het wordt laagdrempeliger?
D2: Ja exact. Ja. Dus 75 cm is natuurlijk de standaardhoogte. Nou, dat is, daar moet je echt plaatsnemen. Daar ga je zitten, daar vestig je je, dat is niet iets vluchtigs, dat is iets, dat is een positie waarin je langer blijft zitten. Nou een barkruk is dus juist weer totaal het tegenovergestelde. Dat is ook weer iets waar je moet plaatsnemen, maar dat vind k juist iets vluchtigs, omdat, ik vind dat zo hoog dat het ook niet echt prettig is om er langer te blijven zitten. Mensen kunnen niet spontaan aan komen lopen, want het is, ja, je staat een beetje zo. En die maat ertussenin, daar merken we dat dat in, op plekken zeg maar zoals cafs of vooral koffiepunten, dat dat een hele fijne hoogte is om heel natuurlijk, ongedwongen even plaats te nemen, te staan, te hangen, iets te lezen, te bladeren. Ja, dus dat is wat we daar ook hebben gedaan.
OZ: Ja. Wat nog meer, in de vormgeving van het hart?
D2: Er zijn in de vloerbedekking wat vormen ook geaccentueerd. Dus de vorm van bijvoorbeeld zo'n meubel is dan in de vloer als een soort van keitje die je op het water gooit uitgevloeid. Dus op die manier hebben we dat wel iets geprobeerd te accentueren.
Sowieso zijn er heel veel, is er heel veel gebruik gemaakt van ronde vormen. Dus om het toch een soort zachtheid te geven. Het pand is vanuit het ontwerp van de bouwkundig architect best wel hard, stoer, puur, je ziet een grove constructie in het zicht. En door die vormen en al die wanden en het glas dan al wat af te ronden, krijgt het toch al wat zachter gevoel.
OZ: Ja.  Kan je nog iets vertellen over hoe dat hart eruit ziet, wat jullie bewust hebben gedaan om dus, ja, die ontmoetingsfunctie vorm te geven?
D2: Nou ja, het hart is dus eigenlijk ook de circulatieruimte. Dus als jij van de ene tenderteam naar het andere tenderteam wil komen, loop je eigenlijk rondom die vide, rondom het hart. Dus je, op die manier word je nog meer gemotiveerd om daar mensen tegen te komen. Functies zoals overleggen en dergelijke zit dus ook in die ronde ruimtes rondom dat hart. Dus we hebben het wel echt geprobeerd om het als een soort van plein, een soort ader, wel aan te leggen en op die manier dus nog meer interactie te bevorderen. Dus als jij bij je tenderteam zit, dan zit jij vrij in de hoek weggestopt, maar als jij je ergens anders naartoe wilt begeven, waar dan ook, dan, ja, moet je langs de kernen lopen naar het hart, en via het hart ga je dus ook weer naar de begane grond naar de lunchruimte.
OZ: Ja. Ja. En iets over kleuren en materialen heeft dat er nog iets mee te maken?
D2: Ehm ja, bij [P3] zijn de kleuren materialen wel vrij ingetogen en ik geloof niet dat we hebben gedaan of gezegd van nou, we gaan de interactiezones gaan we met een bepaalde kleur arceren. Het is een hele ingetogen zakelijk kleurgebruik. En ik denk, anders dan de arceringen op de vloer, is dat niet speciaal iets waar we hebben gezegd van nou dit dus de zone waar je elkaar ontmoet, dat is met een kleur nog geaccentueerd. Je kan er eigenlijk niet omheen. Het is
O: Ja. Er is ook niet voor gekozen om met bepaalde kleuren of materialen die sfeer meer neer te zetten of zo?
D2: Nee, de trap, dus de verticale verbinder, dat is een heel groot object in hout geworden. Dus in die zin geeft, dat vind ik al een bepaalde zachtheid en gevoel midden in de kille architectuur, om het zo maar even een beetje neerbuigend te zeggen. Maar verder... Er is inderdaad wel gebruik gemaakt van hout, als ik het zo even uit het hoofd even zeg, in de kernen en in het hart. 
En er zijn tevens Ja, dat bedenk ik me nu: er zitten wat zitjes nog in die wanden van de kernen. Dus die zitten dus in de wand gestopt en dat zijn een soort informele overlegplekjes. Dus ook als je dus weer wil overleggen, moet je je dus eerst weer naar het hart begeven, naar de kern, om daar gebruik van te maken.
OZ: En waarom hebben jullie ervoor gekozen om die zitjes in die wanden te doen?
D2: Eh.. (a), dat denk ik, want ik ga nu voor mijn collega natuurlijk antwoorden, is door ze te verstoppen, voelt het veel intiemer. Dus je hebt niet het gevoel dat je plompverloren in een gang aan het kletsen bent. Dus de gesprekken krijgen ook een hele andere aard, als jij een beetje het gevoel van geborgenheid hebt. Dus (a), dat is de, een reden waarom ze in de wand zijn gentegreerd. Maar (b) ook omdat het natuurlijk veel minder ruimte inneemt. Dus het oogt veel cleaner als je ze niet ziet zitten. Maar ik denk dat de hoofdreden wel is dat ook het gevoel van het gesprek en, de intonatie is heel anders.
OZ: Ja. Je vertelde in het begin van dat er verschillende ontmoetingsruimtes waren, de types zeg maar: het hart type op de vloeren en het restaurant. Kan je nog iets vertellen over het restaurant, hoe daar bewust is geprobeerd om een ontmoetingsruimte van te maken?
D2: Ja, ja. Op zich wel bijzonder is voor de soort organisatie... Nou ja, veelal hebben dit soort organisaties ergens achterin een hele grote bedrijfskantine met ontelbaar veel kunststof stapelbare stoelen, dienbladen en, nou ja, weinig sfeer om zomaar te zeggen. Die zijn vaak ook niet chique, en die zijn meestal weggestopt. En het bijzondere vind ik wel bij [P3] dat je komt binnen in de lunchruimte. En doordat je binnenkomt in de lunchruimte is het ook makkelijk om daar misschien een keer met een gast gaan zitten. Dus hij is dusdanig representatief, maar toch wel functioneel, om daar een informeel overleg of een informele ontvangst te laten plaatsvinden. 
En die lunchruimte, die wordt ook weer een klein beetje ingebakerd. Door weer zo'n ronde kern. Dus er zit weer zon ronde wand omheen die het een bepaalde zachtheid geeft, en in die wand zitten dus weer, zoals op de bovenste verdieping, een aantal functionaliteiten geduwd. Dus daar zit een pantry in, maar ook afwasruimtes en dergelijke. Maar daarmee geef je een bepaalde routing af. Dus ja, je moet je voorstellen: je staat daar in de hal en je hebt rechts de receptioniste, je kan boven de trap op en links, ja, waan je je eigenlijk direct in het ontmoetingsgebied slash lunchruimte.
OZ: Ja. Je zei dat hij is representatief, die ruimte. Waarom is dat belangrijk?
D2: Eh Nou, omdat ik denk dat je, als je daar als gast komt in een hele andere sfeer binnenkomt, als je daar in een soort van restaurantgevoel binnenstapt, omdat het iets is wat je niet verwacht van zo'n organisatie. ... Nou ja de nudge is dat de medewerkers niet koffiekopjes en half opgegeten boterhammen op het op het tafeltje kunnen laten liggen, dus je je dwingt ook wel op die manier soort van nou weet je jongens, er komen hier ook gasten binnen dus hou het een beetje netjes.  Ja, en ik denk dat, het is wel heel laagdrempelig als je gewoon in een soort caf binnenkomt.
OZ: En voor de medewerkers zelf, denk je dat dat daar ook nog effect op heeft?
D2: Ja, want het is ook een extra overlegplek. Zo simpel is het ook. Als jij zegt van nou ik ga met vier collega's even overleggen, het is een spontaan overleg, we hebben geen vergaderruimte gereserveerd of iets, zullen we even beneden gaan zitten? Zolang het geen exit gesprek is of iets van die dramatische aard kun je natuurlijk prima daar gewoon met een kopje koffie in het caf overleggen.
OZ: Ja. Ja. En wat hoe hebben jullie het representatief gemaakt, behalve wat je zegt, nou we hebben geprobeerd om mensen te bewegen om op te ruimen en dergelijke? In de vormgeving nog iets?
D2: Ja, daar, uit mijn hoofd nu, zit er een bank die is met het gezicht naar het caf gericht, dus met de rug naar de naar de buitenkant. En er zijn wat hogere planten gekomen, dus om toch gewoon beetje het gevoel van een soort rugdekking te geven. Dus extra geborgenheid, dus niet allemaal netjes met je snoet naar de buitengevel als een soort etalage, maar echt naar binnen gekeerd. Die planten dragen daaraan bij. Sowieso is er veel gebruik gemaakt van planten, dus die die hele trap en die vide wordt ook rondom nog een keer geaccentueerd doordat daar planten zitten. Volgens mij verder op de werkvloer zelf zitten niet echt veel planten. Dat is ook, denk ik, omdat het type medewerker daar niet echt naar is.
OZ: Waarom niet? Waar ligt dat aan?
D2: Ik denk omdat het vrij veel no-nonsens een mannencultuur. En ik denk dat het dusdanig clean is dat er, en ik weet niet precies hoor, maar ik denk dat het daarom op de werkvloer niet heel veel planten, of, ja, gezellige groepjes met potten en planten zijn neergezet. Maar er zijn wel grote gebaren gemaakt met groen, een groenwand. Maar de losse potjes en hangplantjes, dat is bij deze denk ik niet, niet meegenomen.  
Wat heb ik verder nog daarover te vertellen?  Ik heb ook gevraagd aan mijn collega wat, het staat er nu al een tijdje, en het grappige is dat er een aantal weken geleden toch wel vanuit de opdrachtgever de vraag is gekomen om een aantal dingen te wijzigen.
OZ: Zo, interessant. 
D2: Dat is altijd heel interessant en het is ook leuk dat ze daarvoor weer naar ons terugkomen. Dat is ook wel een compliment. Maar ze vinden het geluid, van elkaar, toch wel te intens. De hele buitengevel ligt zeg maar vrij, dus die tenderteams zitten dan op die hoeken, maar ondanks dat ze toch uit elkaar zitten door die kernen ervaren ze wel geluidsoverlast. Dus... 
Ja dan begint natuurlijk, hoe ga je dit esthetisch oplossen zonder er gelijk allerlei wanden in te rammen. Wat ik nu begrijp is dat er in de gang zones baffles worden geplaatst en er wordt gekeken of er op een aantal plekken toch een glazen wand toegevoegd kan worden.  
Dus dat is wel interessant. Dat er toch uiteindelijk qua akoestiek en het storen naar elkaar, dat dat niet is weggenomen met dat je het zicht hebt genomen. Het is heel vaak natuurlijk als je een open ruimte hebt en je plaatst daar hele grote elementen en je haalt de factor zicht weg, dat je, dat de storingsfactor dan al minder wordt. Maar [] was dat dus niet genoeg.
OZ: En weten jullie ook iets over hoe die ontmoetingsruimtes worden gebruikt?
D2: Die ontmoetingsruimte dat is ook een van de irritatiefactors. Dus die ontmoetingsruimte, als er daar drie collega's bij de koffieautomaat een te hard gesprek hebben, dan wordt dat toch wel als storend ervaren. Dus de glazen wanden die zullen dan toch rondom die ontmoetingsruimte worden geplaatst, als ze worden geplaatst. Maar we gaan nu eerst proberen om dat met de baffles op te lossen. Dus ja, dat is een voordeel-nadeel van je ontmoetingsruimte in het hart plaatsen zonder het afgesloten te maken.  Dus
OZ: Ja. Hebben jullie in dit project ook nog iets gedaan met het groepsgevoel zeg maar, hoe je de onderlinge band kunt versterken, behalve door ontmoetingen stimuleren?
D2: Nou ja, de onderlinge band wordt bij [P3] denk ik dusdanig benvloed doordat je daar in die teams, in die tenderteams werkt. Dus je werkt heel intens. Dus met je team een korte tijd en daarna dus weer in een volledig andere samenstelling in een ander team. 
OZ: Kun je, zeg maar in die ruimte waar zo'n team zit, kan zo'n team daar ook een eigen stempel op drukken?
D2:  Ja, weet ik eigenlijk niet.  Ik denk het wel, ja.  Maar de vraag is of je dat dan gaat doen. Maar het zou wel kunnen. Ja, ze zouden op de wandjes voor zich een fotootje kunnen prikken, of Ze werken dus wel onafgebroken op dezelfde plek. Dus het zijn flexplekken maar een soort van longstay-hotelachtig, een soort longstay-flexplek dus. Ik denk in die zin dat je dus wel in de periode dat je daar in het team zit wel je eigenlijk werkplek kan personaliseren. Dus het wordt ook wel jouw honk met jouw team op dat moment.
OZ: Ja. Weet je of dat inderdaad ook gebeurt, hebben jullie daar informatie over, heb je dat gezien?
D2: Nee, dat zou ik wel kunnen vragen aan mijn collega.
OZ: Ja, dat is nog wel interessant om later nog te horen of daar iets mee 
D2: Ja en verder Ja, hoe wordt die band... Nee, ik zou het in die zin niet weten. Misschien dat mijn collega nog wat van aanvullingen heeft, maar voor dit moment zou ik dat niet weten.
